Het ziekenhuiswoordenboek

In het ziekenhuis komen veel moeilijke woorden voor. In ons woordenboek kan je zien wat ze betekenen:

Anesthesist
Bacterie
C
Bloed(name)
D
Echografie
F
G
H
Infuus
J
Koorts(thermometer)
L
Medicatie
N
Onderzoek(kamer)
Ontwaakkamer
Pijn
Prik
Q
Rode bel
Stethoscoop
Scanner
T
U
V
W
X
Y
Z

                                                          <terug naar boven>

Anesthesist is de dokter die je in slaap doet. We noemen hem ook wel eens slaapdokter

Bacterie of microbe: bacteriën zijn heel klein (je kunt ze niet zomaar zien) en zijn overal aanwezig. Ze hebben verschillende vormen: bolletjes, staafjes, spiraaltjes. Bacteriën en microben kunnen je erg ziek maken (infectie) waardoor je naar het ziekenhuis moet. Daar krijg je medicatie om de microben te doden en je weer helemaal gezond te maken.

Bloed: je bloed is een rode vloeistof die vol celletjes en stoffen zit. Je bloed zorgt ervoor dat de zuurstof die je inademt en alle voedingstoffen over je lichaam verspreid worden zodat je je goed voelt. Het bloed zorgt er ook voor dat microben je niet zomaar ziek kunnen maken. Hiervoor zorgen de cellen die de microben kunnen opeten vóór ze je ziek maken.Met een bloeddrukmeter kan de verpleegkundige de druk van je bloed op de wanden meten.

                                                         <terug naar boven>

Echografie: bij een echografie wordt er een papje op je buik gesmeerd. Daarna wrijft de dokter er met een toestelletje over. Door de terugkaatsing van geluidsgolven kun je de binnenkant van je lichaam op het scherm zien. Van dit beeld wordt een foto gemaakt. Het is een ongevaarlijk en pijnloos onderzoek

Infuus: als je niet mag of kan eten en drinken of als je dikwijls een inspuiting moet krijgen om te genezen, plaatst de dokter of de verpleegkundige een klein, dun plastiek buisje in je bloedvat (op je hand, je arm of je voet). Dat buisje is dan verbonden met een flesje of een zakje, waarin een kiemvrije (dit wil zeggen zuiver, kraaknet en zonder microben) vloeistof zit met suikerwater (net zoals limonade) of met een geneesmiddel.

Koorts en koortsthermometer: koorts wil zeggen dat je lichaam warmer aanvoelt dan normaal. Wanneer dit zo is betekent dit dat je ziek bent. Daarom komt de verpleegkundige elke dag je koorts meten. Dit doet ze met een oorthermometer. Het meten van je koorts doet helemaal geen pijn en is heel snel voorbij. De verpleegkundige kan dan lezen op het schermpje of je al dan niet koorts hebt.

Medicatie: medicatie, geneesmiddelen, medicijnen zijn allemaal woorden die gaan over middeltjes die zorgen dat je weer beter wordt. Je hebt heel veel soorten medicatie en de dokter kiest voor jou het beste geneesmiddel uit. Je kan geneesmiddelen op verschillende manieren innemen (bijvoorbeeld via je infuus). Ook de vorm van medicijnen kunnen erg verschillen, je hebt tabletjes die je moet inslikken of laten smelten, druppels, allerlei siroopjes, poeder of bruistabletten die je oplost in een glaasje water,...

                                                         <terug naar boven>

Onderzoekskamer: de onderzoekskamer vind je terug op de dienst spoedgevallen en op de kinderafdeling. In deze kamer kan de dokter jou onderzoeken wanneer dat nodig is. Ook een bloedafname of een infuus plaatsen gebeurt in de onderzoekskamer.Onderzoek:  onderzoeken zijn nodig om te kijken waarom je je niet zo goed voelt. Met het resultaat van het onderzoek kan de dokter jou dan helpen. In het ziekenhuis kunnen er heel veel onderzoeken gedaan worden. Je hebt onderzoeken voor je bloed, urine en stoelgang. Maar ook onderzoeken waar ze foto’s nemen of met een kleine camera filmen. Voor deze onderzoeken moet je vaak naar een andere afdeling in het ziekenhuis. Wanneer het onderzoek voorbij is, kan je terug naar de kinderafdeling komen. Een onderzoek dat heel veel wordt gedaan, is het bloedonderzoek. Dit is belangrijk want door je bloed in het labo te onderzoeken kan de dokter weten of je ziek bent. Voor dit onderzoek moet de dokter bloed afnemen. Dit doet hij door je een prik te geven in je arm of je hand en het bloed in buisjes op te vangen. Als je hier graag nog meer over wil weten kan je altijd naar het fotoboek vragen.

Ontwaakkamer of recovery: in de ontwaakkamer worden alle kinderen wakker die bij de slaapdokter zijn geweest. Je zult je hier nog wel even suf voelen.

Pijn: veel kinderen die naar het ziekenhuis moeten hebben pijn. Dit kan verschillende redenen hebben en ook de pijn zelf kan verschillend aanvoelen. Als je in het ziekenhuis bent, moet je zeker aan de verpleegkundige zeggen wanneer je pijn hebt, want dan kan zij iets geven om deze pijn te verminderen of helemaal weg te nemen.

Prik: je kunt voor verschillende redenen een prik krijgen: voor medicatie voor een infuus voor een bloedafname wanneer je in slaap wordt gedaan bij de slaapdokter

                                                         <terug naar boven>

Rode bel: deze bel hangt aan jouw bed, naast de deur van je kamer en in je badkamer. Op deze bel mag je altijd duwen als je een verpleegkundige nodig hebt. Wanneer je op de bel drukt, hoort de verpleegkundige een belletje en komt zij naar jouw kamer. Zeker wanneer je je niet zo goed voelt of je bent een beetje bang mag je deze bel gebruiken.

Stethoscoop: hiermee kan de dokter naar de geluiden van je hart, je longen of je buik luisteren

Scanner: een scanner is een grote machine waarmee je de binnenkant van je hoofd en lichaam op een scherm kunt zien, vooral om je organen te bekijken (je lever, je nieren,…). Kijk maar eens goed, een scanner lijkt een beetje op een wasmachine.